‘De natuur is in principe dynamisch, we moeten af van onze conservatieve denkwijze en insteken op vernieuwing’! Vol enthousiasme vertelt Henk Nijenhuis, ecoloog bij de gemeente Haarlemmermeer, zijn visie op biodiversiteit in het openbaar groen. Ook Erik Pessel neemt deel aan het gesprek; vanuit zijn functie als toezichthouder recreatiegebieden en beheerder sportvelden is hij iedere dag bezig met de praktische invulling van het begrip biodiversiteit.

Ecologisch beheer

De gemeente Haarlemmermeer is vrij jong en dat betekent dat alles in het openbaar groen nog in ontwikkeling is. Twaalf jaar geleden begon Nijenhuis met het in kaart brengen van biotopen, gebaseerd op de verschillende grondsoorten in de gemeente. Het doel? Het terugbrengen van de natuurlijke dynamiek in het gebied door de juiste soorten erin te brengen en ze de optimale omstandigheden te bieden om te ontwikkelen. Wat dan de juiste soorten zijn? ‘Het heeft geen zin om zaadmengsels te bestellen, waarvan je weet dat de soorten het hier niet gaan doen. Daarom kiezen we voor specifieke samenstellingen op maat. De waarnemingen in het veld zijn het belangrijkst om te zien wat bloemen en kruiden doen in de natuur’. Erik Pessel vult aan: ‘we zien in de praktijk ook dat de omstandigheden op het moment van kieming heel belangrijk zijn voor het uiteindelijke resultaat, welke soorten er uiteindelijk opkomen’.

Groenbeleid en biodiversiteit

‘De laatste tien jaar zijn we steeds meer richting het beheer gaan denken’, zegt Pessel. ‘Hoe we omgaan met de natuur wordt door de jaren heen steeds belangrijker, ook op bestuurlijk niveau en bij de mensen die zich bezighouden met aanplanten en onderhoud. In mijn optiek is dit een voortdurende beweging, waarin we mensen mee moeten nemen. Je ziet bijvoorbeeld dat het sinusmaaien, dat we toepassen om insecten meer overwinteringsmogelijkheden te geven, door het grote publiek nog niet altijd wordt begrepen’. Nijenhuis is als ecoloog heel stellig in zijn definitie van het begrip biodiversiteit: ‘dat is het geheel aan soorten, die samen in leefgemeenschappen bij elkaar wonen en dat is altijd plaatsgebonden. Dit begrip is zo groot, een zo allesomvattend iets, dat het echt gebiedsafhankelijk is welke planten en soorten een kans van slagen hebben.’

Afbeelding: insecten krijgen meer overwinteringsmogelijkheden door andere beheermethodieken van het openbaar groen; kruiden- en bloemenmengsels met inheemse soorten bieden voedsel aan insecten.

Kleurrijke mengsels, kruiden of inheems?

‘De groene ruimte is de meest gebruikte voorziening die de overheid de burgers aanbiedt. Je dient er zoveel doelen mee en we moeten dus ook in de breedte kijken naar de invulling van deze ruimte. Als we hierbij inzoomen op biodiversiteit en de rol van planten bij het in stand houden van de insectenpopulatie, zie je dat hoe meer soorten er groeien, hoe meer insectensoorten er kunnen leven. Bloemen en kruiden spelen hierin uiteraard ook een grote rol. In mijn optiek moet er toch een tussenvorm zijn tussen kleurrijke, éénjarige mengsels en volledig inheemse mengsels. Een mengsel waarmee we genoeg voedselaanbod creëren voor zowel rupsen als volwassen insecten. De gedachte hierachter is dat we door te kiezen voor bloemen en kruiden, die van oorsprong in Nederland voorkomen, zo effectief mogelijk zijn in ons aanbod aan insecten. Maar sommige plantensoorten die vanwege de klimaatverandering vanuit de zuidelijke omgeving hier naar toe komen heten we ook van harte welkom. Hierbij staat altijd de natuur centraal. Natuur kent geen landsgrenzen.’

Meer weten of advies op maat? Benader één van onze specialisten.

Picture

Job Steunenberg | Noord- en Oost-Nederland

T. 06 - 22 55 80 67
E. job.steunenberg@limagrain.nl
Picture

Hans Vervaart | Midden- en West-Nederland

T. 06 - 51 61 13 03
E. hans.vervaart@limagrain.nl